Stadsbeeldhouwer
Iedereen die enige tijd in de Amsterdamse openbare ruimte verblijft, wordt geconfronteerd met het werk van Hildo Krop. Hij neemt een grote plaats in binnen de zichtbare geschiedenis van Amsterdam, vooral wat betreft het tijdvak 1920-1940.
Uit alle aspecten van het werk van Krop blijkt zijn intellect en betrokkenheid, een hekel aan luiheid, gemakzucht en enig spoor van dikdoenerij, maar boven alles spreekt er energie en een groot optimisme uit.
Naast het ontwerpen van beeldhouwwerken heeft Krop zich ook op andere terreinen begeven: hij maakt illustraties, aardewerk, meubels, houtsneden, (toneel)maskers, medailles en keramiek.
Krops beelden tonen een grote verscheidenheid: in tijd, plaats, onderwerp, materiaal en techniek. Natuur, mens en fabel worden gebruikt voor symboliek en allegorieën en ook de mens zelf komt in allerlei gedaanten terug, waarbij ‘de arbeider’ en Gijsbrecht van Amstel favoriet zijn.

B51 Robbekop uitlopend in golven
Jeugd en Opleiding
Hildo Krop wordt geboren in 1884 te Steenwijk als zoon van een bakker. Zijn opleiding tot bakker brengt Krop naar Leiden, Amsterdam, Groningen, Brussel, Parijs, Zandvoort, Milaan en Eltham (Engeland). In die plaats komt hij in contact met oude adel die hem ziet tekenen en hem aanraadt daarmee verder te gaan. In 1907 vertrekt Krop naar Parijs om schilder te worden. Naast tekeningen en schilderijen maakt hij daar plastieken. Terug in Nederland gaat Krop naar de Rijksacademie te Amsterdam waar hij in 1911 afstudeert.
Uit brieven uit die tijd blijkt reeds zijn liefde voor het socialisme: “Mijn leven is al veel rijker [...] ‘k heb m’n werk en ‘t socialisme”. Dankzij een zilveren medaille bij de Prix de Rome kan Krop een jaar naar het buitenland. Hij gaat naar Berlijn, Rome en Parijs.
Eind 1912 is hij weer terug in Amsterdam. Daar krijgt hij zijn eerste opdrachten, onder andere voor beelden op het Scheepvaarthuis. Het gebouw wordt zeer goed ontvangen en mede als gevolg hiervan komt Krop in dienst van de gemeente Amsterdam.
Krop trouwt in 1914 met Willemina Frederika Sleef.
In 1916 wordt bij gemeentelijk besluit de ‘directeur der publieke werken’ bevoegd ‘zo vaak hij nodig acht’ opdrachten te verstrekken aan Krop. Volgens het besluit wordt Krop geacht een ontwerp in klei, een gipsafgietsel en het beeldhouwwerk zelf aan te leveren. Hij krijgt daarbij een vast honorarium per halve dag. Krop is vanaf dat moment feitelijk de stadsbeeldhouwer.
Aanstelling gemeente Amsterdam
Directeur van de dienst Publieke Werken (PW) is ir. A.J. Hulshoff. Hulshoff heeft in de jaren twintig en dertig grote invloed gehad op de Amsterdamse architectuur, als opdrachtgever, architect en mentor. Hulshoff is ook verantwoordelijk voor de voordracht van Krop bij B&W.
Onder leiding van ir A.W. Bos is de dienst PW verantwoordelijk voor fraaie wijken in Zuid, de Spaarndammerbuurt en Noord.
Door het idee van gemeenschapskunst ontstaat bij de bouw van deze wijken een eenheid tussen de verschillende aspecten van gebouwen. De beeldhouwkunst is hierbij een integraal onderdeel van het gebouw, zonder het beeldhouwwerk ondergeschikt te maken. Krop is bij uitstek in staat om dit evenwicht te bereiken.
Voor de gemeente Amsterdam werkt Krop samen met de architecten Piet Kramer, M. de Klerk, P.L. Marnette, N. Lansdorp en C.J. Blaauw.
Piet Kramer – ook in dienst van de gemeente en een vriend van Krop – ontwerpt een groot aantal bruggen, vaak met sculpturen van Krop (zie kaart).
Kramer zal later het laatste gebouw in de stijl van de Amsterdamse School ontwerpen: de Bijenkorf in Den Haag. Ook hiervoor maakt Krop de beeldhouwwerken.
Naast zijn ontwerpen voor de gemeente Amsterdam krijgt Krop ook een aantal opdrachten van anderen, ook buiten Nederland. Omdat Krop ook vader en echtgenoot is, geeft hij echter de voorkeur aan de gemeente Amsterdam als opdrachtgever. Artistiek gezien komt hij daar niets te kort en op zijn hoogtepunt, tussen 1921 en 1930, maakt hij een groot aantal ontwerpen voor karakteristieke gebouwen in de stad (zie kaart nrs. B26-B85). Deze worden goed ontvangen; in een artikel wordt zijn ontwerp voor brugpeilers (B26) een ‘gedicht in steen’ genoemd. Krops werk in deze periode is stoer en zakelijk met een sterke dynamiek, maar kent tegelijk subtiliteit en aandacht voor detail.

B13 Voormalige HBS
Erkenning en kritiek
Met een tentoonstelling in Parijs (1925) en zijn eerste monografie (1928) krijgt Krop erkenning, maar ook onvermijdelijk kritiek. Het tijdschrift De Stijl schrijft afkeurend over het Parijse werk, en ook Krops monopolie positie bij de gemeente Amsterdam komt ter discussie te staan.
Publieke Werken is echter zeer te spreken over Krop, die een goede organisator is en net als de gemeente socialistisch. Wellicht speelt Krops bereidheid om voor een laag honorarium te werken een rol in de waardering van de dienst
Na 1930 komt de Nieuwe Zakelijkheid als stroming naar voren in de architectuur. Binnen de architectuur vormen beelden meer een autonoom element, dat echter wel zijn relatie tot het gebouw en de omgeving behoudt, Krops beelden worden in dit decennium strakker en helderder.zie het politiebureau aan de Marnixstraat (B103).
De gemeente Amsterdam begint ook andere kunstenaars opdrachten te verstrekken en Krop gaat meer voor andere opdrachtgevers werken. Door de crisis en de veranderde opvattingen over bouwkunst neemt gedurende de jaren ‘30 het aantal opdrachten af.
Krop wordt in 1941 om politieke redenen van zijn functies ontheven. Tijdens de Tweede Wereldoorlog maakt Krop verder alleen werk in privé opdracht en vrije werken. Ondanks zijn openlijk socialistische sympathiën wordt Krop pas in 1944 opgepakt en dan na ondervraging weer vrijgelaten.
Reeds op 2 juli 1945 roept de directeur van Publieke Werken B&W van Amsterdam op om Krop eerherstel te geven en hem op zijn oude positie terug te laten keren. B&W weigeren, bang voor kritiek op Krops vermeende monopolie positie. Dat deze kritiek ongegrond is blijkt wel uit Krops inspanningen als voorzitter van de Nederlandse Kring van Beeldhouwers (NKB), waar hij zich een pleitbezorger voor jonge kunstenaars toont.
Latere jaren
Vanaf 1946 is Krop weer in dienst van de gemeente Amsterdam, maar niet meer in de voorhoede. Kenmerkend is de officiële herdenking van de februaristaking van 1941. Die vindt niet plaats op de Oosterbegraafplaats van Krop (Mo28) maar bij de Dokwerker van Mari Andriessen.
Toch bijft Krop bezig, met vrij werk en opdrachten voor zowel de gemeente als anderen. Door de nieuwe architectuur worden dit steeds meer monumenten of los staande beelden.
In 1956 krijgt Krop (dan 72 jaar) de eervolle titel stadsbeeldhouwer; de eerste met die titel sinds Hendrick de Keyser in de 17e eeuw. Hij wordt ook benoemd tot adviseur voor de beeldhouwkunst binnen PW. Daarnaast kan Krop als NKB voorzitter zijn invloed doen gelden tijdens de percentage regeling, die in 1951 officieel wordt ingevoerd. Binnen deze regeling wordt bij de bouw 1%-1,5% van het totale budget bestemd voor kunstwerken bij het gebouw. Dit resulteert in een grote stimulans voor beeldende kunst.
Krops laatste grote opdracht is een beeld van Berlage (Mo48). Dit volledig in natuursteen uitgehakte beeld vraagt nogal wat van Krops uithoudingsvermogen en (afnemende) kracht, hij werkt hier van 1956 tot 1966 aan. In 1963 krijgt Krop een solotentoonstelling in het Stedelijk museum waar ook veel van zijn vrije werk te zien is.
Het laatste werk van Krop is ook in Amsterdam te vinden: een gevelsteen voor de nieuwe universiteitsbibliotheek (B130). Hoewel het gebouw veel kritiek krijgt, kan het Krop wel bekoren: hij vind het gebouw veel beter dan de ‘tegelwinkel op het Frederiksplein’ (De Nederlandse Bank).
Hildo Krop sterft op 20 augustus 1970 aan een hartaanval, in zijn atelier aan de Plantage Muidergracht.
Hieronder vind je een kaart met alle nog bestaande werken van Hildo Krop in de Amsterdamse openbare ruimte. De kaart is gebaseerd op de Oeuvre-Catalogus zoals die te vinden is in de monografie van Krop, geschreven door E.J. Lagerweij-Polak
Hildo Krop – Amsterdam
Bronnen:
Hildo Krop: Beeldhouwer – E.J. Lagerweij-Polak
Het Amsterdams beeldenboek: vier eeuwen buitenbeelden (1600-heden) – Miriam Beerman
Biografisch Woordenboek van het Socialisme en de Arbeidersbeweging
Links:
Het Instituut Collectie Krop
Hildo Krop bruggenroute
Typisch Amsterdam