Keur
Keuren of stadskeuren zijn lokale wetten of verordeningen die de de rechten en plichten van burgers binnen de stad regelen. Keuren komen voort uit de positie van een stad als zelfstandige juridische entiteit.
Tot 1300 zijn de inwoners van Amsterdam, volgens het feodale systeem, verplicht gehoorzaam en trouw te zijn aan hun heer, de Graaf van Holland. In 1300 wordt door een oorkonde de stad als zodanig erkend. Een belangrijk artikel in deze oorkonde is het recht om zelf keuren op te stellen. Binnen de stad wordt de Graaf vertegenwoordigd door de schout die samen met een aantal gekozen burgers (de schepenen) de stad bestuurd. Samen hebben zij het recht keuren op te stellen, burgers te berechten en veroordelen en poorters te kiezen. Het woord keur stamt af van ‘wilcore’of ‘willekeure’, het middeleeuwse woord ‘keure’ betekend keuze, het zijn dus de keuzen die de stad kan maken binnen de regels, opgesteld door de Graaf. In eerste instantie gaan de keuren alleen over strafrecht maar al snel worden ook civielrechtelijke zaken geregeld. De schepenen krijgen hulp van de zogenoemde raden (de latere burgemeesters) als experts in gewoonterecht en financiën. Het gewoonterecht speelt eerst nog een grote rol, maar met de groei van de stad wordt steeds meer vastgelegd in keuren.
Keuren kunnen betrekking hebben op de volgende zaken: openbare orde, financiën, openbare werken, verdediging, handel, nijverheid en liefdadigheid. Vanaf 1342 worden ook de onderwijzer en de koster door de stad benoemd, door verschillende keuren krijgt de stad later grote invloed op het religieuze leven van z’n inwoners. Keuren regelen allerlei aspecten van het openbare leven en mede hierdoor ontstaat een aparte cultuur. Waar keuren eerst ieder jaar moeten worden verlengd worden ze later permanenter, de keuren worden dan samengevoegd in speciale keurenboeken. Er zijn keuren voor speciale processies in moeilijke tijden, het gewicht van een brood, wat er niet mag op het kerkhof (was ophangen, prostitutie, handel drijven), maar ook zaken van openbare orde (verlichting, reiniging, het zingen van opruiende liederen) en handel.
Met behulp van het keurrecht krijgt de bestuurselite vanaf halverwege de 15e eeuw grip op alles in de stad, mede hierdoor wordt Amsterdam een grote autonome macht die vooral in de 17e eeuw zijn invloed doet gelden. De keuren verliezen hun functie met de hervormingen in de Franse tijd (vanaf 1798) wanneer de wetten nationaal worden en de stedelijke macht verdwijnt.
In de Oude Kerk is nog steeds een keurenkamertje te vinden, een met ijzer versterkt kamertje dat alleen bereikbaar is met een ladder. Daar werden de orginele keuren en oorkonden bewaard, en met succes; de originele oorkonde uit 1342, waarin door de Graaf van Holland de stadsrechten uit 1300 worden bevestigd en uitgebreid, is wordt nu bewaard in het Stadsarchief.
Bronnen:
Geschiedenis van Amsterdam: Deel I. Een stad uit het niets, tot 1578
Geschiedenis van Amsterdam, Deel II-1. Centrum van de wereld 1578-1650
Geschiedenis van Amsterdam, Deel II-2. Zelfbewuste stadstaat 1650-1813
Geschiedenis van Amsterdam, Deel III. Hoofdstad in aanbouw 1813-1900