De Alteratie
Geplaatst in 1578, Algemeen op oktober 29th, 2010 door Tom
Amsterdam’s fluwelen revolutie
Volgens de middeleeuwse dogma’s van de Rooms-Katholieke kerk is het geloof alleen niet genoeg om in de hemel te komen. Geloof, liefdadigheid én goede werken samen brengen verlossing. Eén van de goede werken is geld schenken aan de kerk; dit kan ook via het kopen van aflaten. Met behulp van aflaten kan men, samen met de biecht, het verblijf in het vagevuur verkorten.
In 1517 worden in Duitsland aflaten verkocht als onderdeel van een campagne om de herbouw van de Sint Pieter in Rome te bekostigen. Naar aanleiding van deze verkoop schrijft Maarten Luther een brief die hij samen met zijn 95 stellingen aan de aartsbisschop stuurt. In deze brief staat onder andere de vraag waarom ‘de paus, wiens rijkdom groter is dan dat van Crassus [...] geld nodig heeft van de arme gelovigen’. Deze stellingen, die een reformatie van de kerk voorstaan, verspreiden zich binnen enkele maanden door heel Europa. In 1519 komt Luther in conflict met de Paus. Luthers stelling dat de Bijbel de enige bron en wet is levert hem een excommunicatie op, immers het canoniek recht is de basis van de kerkelijke organisatie. Luthers ideeën zorgen voor grote beroering in heel Europa. Her en der staan anderen op die de nieuwe leer verkondigen.
In Amsterdam vinden de Wederdopers veel aanhang. Dit leidt in 1535 tot een oproer en een poging van de Wederdopers om de macht over te nemen. Door dit oproer krijgt het behoudende katholieke deel van de bestuurselite de macht in handen. Ondertussen vindt in Holland het protestantisme steeds meer aanhang; dit zeer tegen de zin van de koning (Philips II). Zijn zuster, de landvoogd, vaardigt vele ‘plakkaten’ uit tegen deze ketterij. Naar aanleiding van een smeekschrift van de calvinistische edelen in april 1566 schort de landvoogd de vervolgingen op. Deze actie wordt te ruim geïnterpreteerd waardoor er overal in de noordelijke Nederlanden protestantse predikers opduiken, die buiten de steden ongehinderd hun zogenaamde ‘hagepreken’ houden. De zomer is heet en lang en eindigt met de Beeldenstorm die van zuid naar noord door de Nederlanden trekt. Wanneer in oktober 1566 een aantal steden zich openlijk protestants verklaren is de opstand een feit.
De koning stuurt zijn hertog Alva plus een groot aantal manschappen om de ketters te vervolgen. Alva stelt onmiddellijk na aankomst de Bloedraad in. Door dit gerecht worden protestanten zwaar gestraft; de steden Zutphen en Naarden worden zelfs geheel uitgemoord. De opstandelingen noemen zich Geuzen, hiermee verwijzend naar een opmerking van een adviseur van de landvoogd die de edelen ‘guex’ of bedelaars had genoemd
In 1572 kiezen de meeste Hollandse steden voor het nieuwe geloof maar in Amsterdam blijft het Rooms-Katholieke bestuur koningsgezind en de stad raakt daardoor geïsoleerd. Na 1574 zijn de Geuzen aan de winnende hand. Zij beheersen handelsroutes op de Zuiderzee, en routes langs Alkmaar en Vlissingen. Dit betekent dat de Amsterdamse economie vrijwel stil ligt.
Op 26 mei 1578 vindt in Amsterdam de Alteratie plaats. Drie hervormingsgezinde schutterijen halen de drie zittende burgemeesters uit het stadhuis, hun huizen en zelfs hun bed. Samen met de katholieke geestelijken worden de burgemeesters op schuiten gezet. Deze varen over het Damrak naar de Diemerzeedijk, waar zij allen worden vrijgelaten. Weliswaar zijn zij verbannen uit de stad maar tot hun verbazing blijven ze ongedeerd. Het bestuur wordt overgenomen door een protestantse elite.
Katholieke instellingen worden opgeheven, de kerken worden gereformeerd en de bezittingen van kloosters en kerken worden verkocht of aan liefdadigheidsinstellingen geschonken. De Katholieke eredienst wordt officieel verboden, maar Katholieken worden binnen Amsterdam niet vervolgd, en enkele jaren later zijn schuilkerken een feit.
Bronnen:
Geschiedenis van Amsterdam: Deel I. Een stad uit het niets, tot 1578
De Poort: de Oudemanhuispoort en haar gebruikers, 1602-2002